Contact

Samenvatting Werkboek 'Doen wat je moet doen'


Om iemand die misbruikt is goed en ter zake te kunnen begeleiden, is inzet nodig, maar ook specifieke deskundigheid. Van de begeleider wordt gevraagd dat hij of zij de verschillende aspecten die bij misbruik spelen doorgrondt en zich eigen heeft gemaakt.

Hoofdstuk 1 gaat in op de algemene vraag: wat is seksueel misbruik in pastorale relaties? Hoe kan het gebeuren? Wat is de uitwerking en de schade voor de misbruikte?
In de meeste gevallen gaat het bij seksueel misbruik niet om een incident maar om een patroon. Seksueel geweld bestaat in diverse vormen en gradaties. Dat betekent dat de ernst ervan en de gevolgen voor slachtoffers verschillend zijn. De gevolgen van seksueel misbruik kunnen op allerlei vlakken liggen: lichamelijk, psychisch, sociaal en seksueel. Niet iedereen krijgt met al deze gevolgen te maken.

Hoofdstuk 2 behandelt de begeleiding door vertrouwenspersonen van SMPR. De vertrouwenspersonen worden begeleid door een coördinator. Ze komen enkele malen per jaar bij elkaar.
De rol van de vertrouwenspersoon is vooral begeleidend en ondersteunend. Uitgangspunt is dat de cliënt zoveel mogelijk alles zelf doet.
Het eerste contact kan op verschillende manieren tot stand komen. Het eerste gesprek is verkennend. De vertrouwenspersoon vertelt kort wat hij of zij te bieden heeft.
De vertrouwenspersonen zijn bekend met de regelingen en protocollen van de bij SMPR aangesloten kerken. Zij kunnen informatie geven hoe justitie bij de zaak te betrekken of hoe aangifte te doen. Een samenwerking tussen predikant-begeleider en vertrouwenspersoon is mogelijk.

Hoofdstuk 3 legt uit wat er wel en wat er niet van de begeleiding door een predikant mag worden verwacht. Pastorale begeleiding na seksueel misbruik biedt geen psychotherapeutische of medische hulp en is evenmin een relatie van wederkerigheid zoals vriendschap en liefde. Wel kunnen zij van begin tot einde een veilige sfeer bieden.
Bij begeleiding door een predikant na seksueel misbruik gaat het meestal om begeleiding van mensen uit een naburige gemeente of wijkgemeente, of uit een kerkelijke groep iets verder weg. Dit heeft bepaalde voordelen.

Hoofdstuk 4 geeft uitleg over slachtoffermechanismen. Psychische problemen en psychopathologie zijn belangrijke risico’s bij volwassenen die in hun jeugd slachtoffer waren van seksueel misbruik. Hoe kan een slachtoffer zich bevrijden van de gevolgen van het onrecht dat haar is aangedaan? En hoe daarbij te helpen?
Bij slachtoffermechanismen hoort vaak een zekere angst voor herstel, voor bevrijding. Een beschadigd mens is bang is om weer volwassen verantwoordelijkheid te dragen.

Hoofdstuk 5 gaat in op dadermechanismen. Hoe komt het dat plegers van seksueel misbruik zo weinig lijken te zien en te beseffen van het leed dat ze aanrichten? Om wat voor een persoonlijkheid gaat het? Net als bij slachtoffermechanismen, gaat het bij ‘dadergedrag’ om onvrij gedrag. De vraag hoe het ontstaat, is niet gemakkelijk te beantwoorden. Er zijn verschillende theorieën. Het gaat vaak om een combinatie van behoefte aan macht, bevestiging en lust. De pleger zal proberen de misbruikte het zwijgen op te leggen. Psychologische middelen als chantage, bedreiging en/of schuldoverdracht worden vaak toegepast. Eigenbelang staat centraal. In pastorale relaties maakt manipuleren met bijbel en geloof het geheel extra complex.

Hoofdstuk 6 geeft voorbeelden wat er in de gemeente kan gebeuren na seksueel misbruik in pastorale relaties. De combinatie van seks, macht en geloof heeft impact op de hele gemeenschap. Vaak is er een olievlekwerking van vermoedens en geruchten. Het begint tussen twee mensen, verbreedt zich tot twee families, dan tot de kring eromheen, enz. Emoties en oordelen lopen voortdurend door elkaar heen. Er kan partijvorming optreden.

Hoofdstuk 7 behandelt het ambstgeheim. Bijna iedereen die geconfronteerd wordt met seksueel misbruik in pastorale of gezagsrelaties, krijgt op enig moment te maken met vragen rondom het ambtsgeheim. Vragen als: Word ik medeverantwoordelijk voor misbruik als ik mijn ambtsgeheim niet doorbreek? Mag ik advies inwinnen, of schend ik dan mijn ambtsgeheim?
Het beroepsgeheim heeft twee elementen: een plicht om niet te spreken en een recht om niet te antwoorden. Anders gezegd: een zwijgplicht en een verschoningsrecht.
Een uitzondering op de regels van het ambtsgeheim geldt voor die situaties waar het gaat om actueel misbruik van kinderen. Het Ministerie van Justitie heeft enkele nuttige publicaties uitgegeven.

Hoofdstuk 8 gaat over valkuilen en conflicterende belangen die vaak voorkomen bij de keuze om al dan niet een klacht in te dienen. SMPR stelt dat het voor misbruikten van essentieel belang is om te kiezen voor wat in hun eigen belang is. Dat is een belangrijk facet in hun genezingsproces.
Dit kan een dilemma opleveren voor gemeentepredikanten die misbruikten uit de eigen gemeente begeleiden. De belangen van de gemeente tegenover de belangen van de misbruikte kan tot een loyaliteitsconflict leiden. Het is daarom goed dat een gemeentepredikant zich tijdig afvraagt of hij zoveel afstand kan en mag nemen, dat hij onbevooroordeeld kan overleggen. Eventueel kan hij een second opinion aanvragen.
Het aangaan van een klachtenprocedure is een langdurige en vaak zeer pijnlijke kwestie. Ook dienen een misbruikte en haar begeleider zich goed te realiseren dat een officiële klacht binnen de gemeente en de identiteit van de klaagster niet verborgen kunnen blijven.

In hoofdstuk 9 gaat het over de strafrechtelijke procedure, over delicten, zaken die in het Wetboek van Strafrecht verboden zijn. Heel strikt genomen is het strafrecht een zaak tussen de overheid en iemand die de wetten van die overheid heeft overtreden. Iemand die aangifte doet, meldt dat een ander de wet heeft overtreden en met welke feiten dat te bewijzen valt. Daarna handelt de rechterlijke macht de zaak met de aangeklaagde af.
Het strafrecht kent een beperkt aantal straffen: geldboete, taakstraf, gevangenisstraf, therapie. Een strafrechtelijke procedure kan vaak jaren duren, wat zowel voor het slachtoffer als voor de aangeklaagde heel belastend is. Het doen van aangifte is zwaar. Alle pijnlijke dingen moeten opnieuw verteld worden. Een groot voordeel van de strafrechtelijke procedure is, dat politie en justitie onderzoek doen om tot een goede bewijsvoering te komen.

Hoofdstuk 10 handelt over de civielrechtelijke procedure. De civiele rechter bepaalt of het aannemelijk is dat de ene mens de andere schade berokkend heeft. De rechter doet geen uitspraak over het al dan niet plaatsvinden van seksueel geweld, maar doet alleen uitspraak over de al dan niet opgelopen schade. In een civiele procedure wordt men bijgestaan door een advocaat.
Het civiele recht kent een veel kortere verjaringstermijn dan het strafrecht. De verjaringstermijn voor een onrechtmatige daad is 5 jaar. Een schadeclaim indienen gaat via een bodemprocedure. Die verloopt geheel schriftelijk. De rechter streeft naar een schikking. Een schikking houdt in dat beide partijen alsnog tot een overeenstemming komen. Lukt dit niet, dan volgt een besloten rechtszitting, waarin beide partijen hun zaak kunnen toelichten.
Nadrukkelijk moet gezegd worden dat slachtoffers in een civiele procedure nooit de erkenning krijgen dat er seksueel misbruik is gepleegd. Niet van de dader en niet van de rechter. Hooguit komt er een uitspraak dat er schade is toegebracht.